Interview Alzheimer Nederland deel 2

Alzheimer Nederland – Hoe houden we onze hersenen actief? Die vraag proberen wetenschappers uit Groningen en Amsterdam te beantwoorden in het onderzoek ‘Laat het brein niet indutten: Beweeg slim en verminder de kans op dementie’. ‘Denk niet te groot, zet klein in’, is het advies van bewegingswetenschapper Willem Bossers.

Het is belangrijk dat ouderen hun brein niet laten ‘indutten’ zoals Bossers het noemt. Daarom wil hij weten wat een goede manier is om het brein actief te houden bij mensen met en zonder dementie. Met een team van onderzoekers van UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen, RadboudUMC en VU Amsterdam werkt Bossers mee aan onderzoek naar (in)activiteit bij muizen, bij ouderen met en zonder een verhoogd genetisch risico op dementie en bij ouderen met beginnende dementie. Het doel van het project is om te komen tot goede beweegadviezen die lichaam en geest fit houden.

Onderzoeksvragen:

Zijn ouderen met een verhoogd genetisch risico op dementie (dragers van het APOEe4-gen) minder actief dan ouderen zonder dit gen?

  1. Worden ouderen met en zonder dit gen door beweegadviezen lichamelijk actiever en gaan ook hun cognitieve, ofwel geestelijke, vaardigheden minder achteruit?
  2. Hoe intensief moeten ouderen met beginnende dementie bewegen om lichamelijke en geestelijke achteruitgang te vertragen?
  3. Versterkt een cognitieve taak tijdens het bewegen het effect van bewegen bij ouderen met beginnende dementie?

Tips om meer te bewegen

Bossers geeft graag alvast tips hoe ouderen zelf aan de slag kunnen met beweging in het dagelijks leven. ‘Het zit in de kleine dingen, zoals allerlei activiteiten in het dagelijkse leven. Denk aan het huishouden. Zelfs als je huishoudelijke hulp hebt, zou je waar mogelijk mee kunnen helpen’, legt Bossers uit.

Vaker even staan

Verder is het goed voor iedereen, maar zeker voor ouderen, om het zitten met enige regelmaat te onderbreken. ‘Dat kan door elk uur even te gaan staan om te rekken en strekken, te stampen op de vloer of de armen op te tillen. Dat helpt om de bloedsomloop op weer op gang te brengen.’ Bossers spreekt van een optelsom. ‘Denk je groot, dan is de drempel heel hoog. Met allerlei kleine dingen in het dagelijks leven kun je veel bereiken.’

Eigen initiatief

Bossers benadrukt het eigen initiatief van de oudere om meer te gaan bewegen. Dit kan bijvoorbeeld door goede voorlichting over veilig en zelfstandig bewegen en handige tips in het dagelijkse leven. Zorgverleners en mantelzorgers kunnen daar een grote bijdrage aan leveren, omdat zij veel contact hebben met ouderen met en zonder dementie. Juist daarom ziet hij ook een belangrijke taak voor zorgverleners in verpleeghuizen en in de thuiszorg. ‘Met een goede beweegstrategie worden ouderen gestimuleerd om te blijven doen wat ze nog kunnen en niet alle dagelijkse taken uit handen te laten nemen.’

Omarm beweging

Zelf het initiatief nemen om meer te bewegen is vaak moeilijker voor mensen met dementie. ‘Bij sommige mensen uit dementie zich in een gebrek aan eigen initiatief. Andere mensen zijn juist weer heel onrustig en bewegen veel. Het beste is om dat actieve gedrag niet te remmen, maar het juist te omarmen. Beide groepen hebben de juiste begeleiding en hulpmiddelen nodig om bewegen de ruimte te geven.’ De onderzoeksgroep waar Bossers deel van uitmaakt biedt uiteindelijk handreikingen om effectief en plezierig te bewegen.